Applaus

 In de tijd dat er een applaus was voor de zorgmedewerkers, die zich een slag in de rondte werkten in Corona-tijd, met gevaar voor eigen leven, zat ik op de bank uit te rusten van het veel te hard werken als wijkverpleegkundige bij Buurtzorg. Er was geen ruimte om mij schuldig te voelen dat ik niet mee werkte in de zorg, want daar was ik nu eenmaal niet fit genoeg voor: dat was wel overduidelijk. 

Ik had meer dan genoeg beleefd, gegeven, ingeleverd...ik had al die jaren min of meer mezelf weggegeven aan ieder die er maar belang bij had, en ik had dat bij volle bewustzijn gedaan, omdat dit nu eenmaal in mijn aard zit. 

Altijd vriendelijk, netjes, net een stapje harder doen, inlevend, luisterend waar anderen allang afgehaakt zijn...zo'n persoon was ik al die jaren. En ben ik eigenlijk nog steeds. 

En toch heb ik er geen spijt van. Want als je zo bent, dan heb je zoveel blije en dankbare mensen om je heen...dat is een waar charme-offensief...en dat geeft je vleugels! 

Wat hebben de zorgmedewerkers eigenlijk van dat applaus gevonden? Ik zou het niet weten. Ik had in die tijd afstand genomen van de zorg. En die afstand was nodig. Om weer terug op aarde te komen, bij te komen van het harde werken in de zorg. En dus sprak ik ook geen andere zorgmedewerkers. 

Wat ik ervan kan zeggen? We stammen af van de nonnen: liefdewerk oud papier en we doen het allemaal voor God, zoiets. En ander bidt zich een slag in de rondte en wij werken ons een slag in de rondte. Allemaal voor bijna nop. Of nou ja. Best een goed salaris. Ook al vindt menig ander het een lachertje. Maar het is maar net hoe je het bekijkt. 

Had dat applaus nou zoveel impact? Misschien. Ook al zie ik het toch meer als een gevalletje 'beste stuurlui staan aan wal'. En maar klappen met die handen. 

Ondertussen kwam het applaus natuurlijk uit een totaal andere hoek: uit de hoek van de mensen waar je het voor deed. De patiënten en hun dierbaren. Die kostbare momenten, zoals een dankbare blik van een ernstig zieke man, die zo blij is dat je hem weer helemaal verzorgd hebt en hij nu lekker kan gaan slapen. Dat je bij nacht en ontij met een glimlach in je auto stapt en weer naar huis rijdt. 

Dat is het. Dat zijn de momenten waar het om draait. En dat is bij uitstek de reden waarom ik als jong meisje ooit voor de zorg koos. En mijn mensenschuwheid aan de kant schoof. Omdat er iets was, wat vele malen belangrijker was. En dat was onder anderen die blik van die meneer. 

Ik moet wel zeggen: blij dat ik nu - na al die jaren - gewoon toch lekker mensenschuw mag zijn. Ik heb mijn sporen wel verdiend. Dus mag ik nu lekker mensenschuw zijn en verhaaltjes schrijven over al die kostbare momenten in de zorg, die ik heb mogen meemaken en waar ik nu met een voldaan gevoel op mag terugkijken. 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Amputatie

Niveau

Nachtkastje